Column: Huisje, boompje en… een dood schaap

Een aantal keer per maand vertelt Buitenleven-redacteur Femke van der Palen over haar stap om van de stad naar het platteland te verhuizen. Samen met haar vriend knapt ze een klushuis op – en dat gaat niet altijd van een rieten dakje. 

Bij ons huis hoort ook een weiland. Vele wilde scenario’s voor de invulling hiervan passeren al vanaf de eerste dag de revue. Een eigen camping, een jaarlijks terugkerend dorpsfestival of ruimte voor de plaatsing van een grote feesttent. Ideeën genoeg. De realiteit haalt ons helaas al snel uit onze dromen. Het gras blijft namelijk maar groeien. Een keer knipperen met je ogen en je weiland is veranderd in een ongerepte wildernis.

Maaien met een handmaaier kost tijd. Met een beetje pech mogelijk een hele dag. Als ik zo eens om me heen kijk, is dat eigenlijk té kostbare tijd die we niet kunnen missen. Dus wat dan? We praten hier eens over met de buren en al snel blijkt er een duurzame maar effectieve oplossing te zijn: schapen.

Schapen

Storm en regen

Zoals dat wel vaker gaat in een dorp, is er altijd wel iemand-die-dan-weer-iemand-kent. Vrij snel krijgen we het telefoonnummer van een lokale schapenboer die maar al te graag tijdelijk gebruik maakt van onze wei. Binnen een paar dagen zijn we de trotse ‘bezitters’ van vijf schapen. Net de eerste dagen dat onze levende grasmaaiers aan de gang zijn, blijft het maar stortregenen en hard waaien. Mijn dierenhart breekt en ik zoek op internet of ze hier wel tegen kunnen. Mijn vriend lacht me in eerste instantie uit. ‘Die beesten kunnen wel wat hebben.’ Toch blijkt snel dat hij een grote mond heeft, maar een nóg groter hart. Dag drie hebben de schapen een klein afdakje, gemaakt van sloophout uit ons huis. Bij iedere bui liggen ze daar, dicht tegen elkaar.

Harde realiteit

De regen maakt plaats voor een hittegolf. Nu ze een plek hebben om te schuilen, veel gras om te eten en ze dagelijks vers water van mij krijgen, lijkt alles goed te gaan. Tot we buiten de deur zijn en mijn schoonvader belt. Of het ons al is opgevallen dat er een schaap erg stil in de wei ligt? We racen naar huis en al snel blijken de erge vermoedens te kloppen: een dood schaap. Beteuterd staan we erbij te kijken. Die beesten konden toch wel wat hebben? Heb ik dan toch gefaald in de zorg voor deze dieren? De boer zal ook wel van slag zijn, denk ik nog. Tot hij het schaap komt halen. Niets geen moment van stilte of verdriet. Gewoon de realiteit. ‘Ach, maak je maar geen zorgen vrouwke. Dat komt wel vaker voor.’ Eerst de mislukte moestuin en nu weer een dood schaap; het buitenleven blijkt toch een vak op zich.

column

1