Dierensporen herkennen

Dierensporen herkennen: als kind waren we er vaak druk mee. In Buitenleven 9 staat een artikel over de das en hoe je zelf op zoek kunt gaan dassensporen. Mocht je toch op pad gaan, houd dan deze tips in je achterhoofd. Wie weet welke sporen jij onderweg nog meer tegenkomt!

Bij dierensporen wordt vaak gedacht aan pootafdrukken. Toch zijn er meer manieren om dieren te traceren in de natuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de haren en veren van een dier dat achter een tak blijft haken. Ook uitwerpselen, braakballen en resten van prooien zijn vormen van dierensporen.

Uitwerpselen

Het klinkt natuurlijk niet heel aantrekkelijk, maar de uitwerpselen kunnen veel informatie opleveren. De vorm (keutels, hoopjes of sliertjes) zegt namelijk al heel veel over het dier. Op internet vind je handige herkenningskaarten. Neem deze mee als je op pad gaat zodat je snel het dier herkent dat je op het spoort bent.

Hondensporen zichtbaar in het zand

De welbekende pootafdruk van een hond

Loopsporen

Dit zijn de meest herkenbare sporen die beesten achterlaten. Vaak zijn deze heel duidelijk terug te vinden in het zand, modder of in de sneeuw. Vooral een vochtige ondergrond levert veel op. Aan de hand hiervan heb je al vrij snel in de gaten om welk dier het gaat. Zo heb je vogelsporen met of zonder vliezen maar ook dieren met nagels zoals egels of knaagdieren. Sporen van evenhoevigen zoals herten, schapen, koeien of reeën zijn ook duidelijk herkenbaar.

Sporen van vogels

Sporen van vogels zonder vliezen

Pootafdruk van een meeuw

Pootafdruk van een meeuw

Vraatsporen

De manier waarop een dier aan voedsel komt, levert ook dierensporen op. Hiervoor moet je soms net iets beter kijken om ze te vinden. Een erg herkenbaar beeld is natuurlijk een boom die omver is geknaagd door een bever. Kijk ook naar eieren of noten, omdat hier ook aan geknaagd kan zijn. Net als aan planten of twijgjes. Tot slot kun je de vraatsporen van een (roof)dier snel herkennen als een deel van de prooi achterblijft. Denk aan veren, aangevreten botten maar ook slakkenhuisjes. Herkenbaar hierbij is de ‘plukplaats’, waar door het dier zijn prooi wordt ontdaan/ ‘geplukt’ van de vacht of veren.

Tot slot: houd oren en ogen goed geopend. Ga eens door je knieën, kijk juist iets hoger in de bomen en heb geduld. Dan zie je vast overal dierensporen. Net als de kaarten met uitwerpselen, zijn er veel handige gidsen verkrijgbaar met informatie over dierensporen. Altijd handig om op zak te hebben.

Welk dier heb jij onlangs gespot?

Fotografie: Shutterstock

0