Met zijn lange, krullende tong slurpt de kolibrievlinder nectar uit bloemen.
Met zijn lange, krullende tong slurpt de kolibrievlinder nectar uit bloemen.

Een kolibrievlinder in je tuin

Door de zachte winters worden exotische trekvlinders steeds vaker in Nederland gespot. Een ervan is de kolibrievlinder. De naam zegt het al: hij doet sterk denken aan een kolibrie. Je herkent de vlinder aan zijn snelle vlucht, dan zie je een oranjebruine vlek voorbij zoeven. Tips om deze prachtige nachtvlinder naar je tuin te trekken.

Is de kolibrievlinder zeldzaam?

Tot 2003 was de kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) een zeldzame trekvlinder in ons land. Elk jaar werden er hoogstens tientallen gemeld. Maar de vlinder houdt van warmte, en klimaatverandering zorgt daarom voor steeds meer waarnemingen van kolibrievlinders. In het uitzonderlijk warme 2018 werden er zelfs zevenduizend kolibrievlinders gemeld. De kans wordt zodoende steeds groter dat deze exotische trekvlinder ook in de buurt van jouw achtertuin of zelfs balkon fladdert.

Kleurige, bloemrijke planten zijn favoriet bij de nachtvlinder.

Betekenis van kolibrievlinder

Zo’n opvallende vlinder als de kolibrievlinder krijgt natuurlijk (bij)namen. Vroeger werd het diertje ook wel ‘meekrapvlinder’ genoemd, omdat de rups in die tijd vooral leefde op meekrap, een plant die de rode kleurstof alizarine leverde. Door het enorme tempo waarmee hij van bloem tot bloem vliegt, kreeg de kolibrievlinder ook wel de bijnaam ‘onrustvlinder’. En ook de Latijnse benaming van de kolibrievlinder is goed te verklaren. Macroglossum komt van makros, dat groot of lang betekent, en glosse betekent tong.

Extreem lange tong

De Latijnse naam is zeker treffend, want de tong (circa 28 mm) van de vlinder is uitgerold even lang als zijn lijfje. Vooral als hij voedsel zoekt, is de gelijkenis tussen de kolibrievlinder en de kolibrie groot. Met snel wapperende vleugeltjes – wel 70 tot 80 keer per seconde – houdt de vlinder zichzelf net als de kolibrie stil in de lucht, steekt zijn lange roltong ver in een bloem, waarna hij er weer snel vandoor gaat naar de volgende plant.

De kolibrievlinder lijkt in rust meer op een typische nachtvlinder.

Wanneer zie je de kolibrievlinder?

De kolibrievlinder is schuw. Als je er een spot, is het verstandig om niet te veel te bewegen en weinig geluid te maken, anders is hij er meteen vandoor. De meeste kolibrievlinders worden gespot in augustus en september, al zijn ze van februari tot oktober actief. Ze foerageren vooral overdag en soms ook in de ochtend- en avondschemering. Het is een dagactieve nachtvlinder.

Kolibrievlinder herkennen

Dagactieve nachtvlinders trillen met de vleugels om zich op te warmen en je herkent ze aan hun antennes. Die zijn breder dan bij een dagvlinder en een beetje knotsvormig, terwijl dagvlinders twee dunne sprieten met een knopje bovenaan als antennes hebben. Terwijl de kolibrievlinder onrustig tussen de bloemen heen en weer fladdert, zie je steeds het oranje van de onderkant van de vleugels en de oranje vlekken bovenop de achtervleugels. De oranje vlekken dienen als schrikkleur om vijanden op afstand te houden. De voorvleugels zijn ongeveer 22 mm groot. Ook het achterlijfje is bijzonder: daaraan zitten lange zwarte haren, net als de staartveren van de kolibrievogel.

De zwarte staartveren doen denken aan die van een vogel.

Welke planten en bloemen eet de kolibrievlinder?

Kolibrievlinders houden, net als vele andere vlinders, van planten met bloemen die veel nectar afgeven. De kolibrievlinder komt af op buisvormige bloemen, zodat hij er met zijn tong precies in kan om de zoete stof te pakken te krijgen. Planten die deze originele vlinder aantrekken zijn onder andere vlinderstruik (Buddleja), vlambloem (Phlox), dropplant (Agastache), valeriaan (Valeriana), zeepkruid (Saponaria), ijzerhard (Verbena), kamperfoelie (Lonicera) en lavendel (Lavandula). Leuk om te weten: de kolibrievlinder doet een dagelijks rondje langs dezelfde bloemen en onthoudt welke bloemen nectar hebben. Hij heeft dus een prima geheugen.

De groene rupsen hebben een klein doorntje om vijanden af te schrikken.

De waardplant van de rups

Nadat ze de winter in het warmere Zuid-Europa hebben doorgebracht, komen kolibrievlinders naar het noorden. Hier paren ze, waarna het vrouwtje de groene, glanzende eitjes één voor één afzet op de waardplant. De waardplant van de kolibrievlinder is meestal geel walstro (Galium verum) of meekrap (Rubia tinctorum). Nadat de rupsen zijn uitgekomen, eten ze zich rond aan deze waardplant. De rupsen zijn donkergroen en hebben onderaan een opvallend geel doorntje zitten om vijanden mee af te schrikken. Na een paar weken verpopt de rups in de grond. Hij drukt daarbij de grond aan, zodat hij in een kleine holte komt te zitten. Na twee weken wurmt de witte pop zich uit de grond en kruipt er een kolibrievlinder uit. Het verfrommelde beestje moet eerst rust nemen, zodat het zijn vleugels kan oppompen en de vleugels kunnen uitharden. Na een uurtje fladdert hij er al vandoor.

Overwinteren in Nederland

De kolibrievlinder wordt steeds vaker ook tijdens de wintermaanden in Nederland gespot. Sommige wagen het er namelijk op om niet weg te trekken in het najaar, maar te blijven. Daar kleeft een risico aan. Een zachte winter kunnen deze nachtvlinders overleven, maar als de temperatuur daalt naar -10 °C, is het einde verhaal. Door een vlinderkastje in de tuin op te hangen, help je de vlinder tijdens de koude maanden een handje. Lees meer tips om vlinders te helpen en te lokken naar je tuin.

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email